Boom. Dat was het eerste woordje dat ik leerde op school. Ik kon wel skreife, me na men zo, maar op school was dat anders. Nettals ik, was allesanders. En niiks was da na mir hut zellufde.

Zelf schrijf ik graag, ik geniet van om dat de tijden die er niet meer zijn, te zien, en die dan terug te lezen in de teksten die mijn momenten van ontspanning achter liter. A.I. heb ik niet nodig om creatief te denken of iets te herschrijven. Dat was ook niet mijn drijfveer, toen ik vroeg om eens een stukje voor mij te schrijven.





Ik wilde wel eens zien, wat het kon, als je dat rauw zou vragen. Een groot taal gedrocht dat een verhaal verzint, maar eigenlijk schijft, gedurende het proces van het vertellen. Want vertellen is leuk, helemaal als je al een aanstekende glimlach hebt, maar om dat dan in letter, en getallen, mocht het nodig zijn, neer te zetten, … …dat blijkt toch wat ingewikkelder te zijn, dan zo’n model mee denkt, weg te kunnen komen.


Gelukkig is ondertussen het accent van a.i. bij de meeste van ons wel bekend. Of zoals in het Oud Hollandsch: “Een Frysk moet je de weg nie frek.”. Het is het toontje, die herkenbare herhaling, die getimede twist, dat trumpachtige ‘very low iq, very fake’ moment. En a.i. heeft er dan een hoop van. Moet je echt niet gebruiken als je wilt dat mensen je serieus nemen. Die zien ze van mijlen ver al aankomen. Maar waarom is dat?


Het is een functie van de letter om je even niet op te laten letten. Een woord moet je laten verzinnen dat het even anders wordt. Zinnen laten je zon-diggen in het moment. Hele hoofdstukken gaan eraan kapot. Sommige vinden zin, ander sluiten een alinea af.
“Schoenmaker, je leest staat in de fik, moet je niet eens even gaan kijken?” Het kan gezellig wezen, met een paar leuke mensen op een bebeekjoe, maar soms moet je ook vlees mee naar huis nemen.
“Hé jatmoos, neem ook wat voor de kids mee? Niet met lege hand thuis komen hè.”


Ik wilde wel eens weten. Weten hoe een taalmodel überhaupt schreef. Nu kon ik het zelf meemaken. Er bovenop zitten en duidelijk zien wat het ging doen met minimale aanwijzingen. Wat ik zag, was niet saai. Grappig, dat wel. Wie ooit wel eens een classic uitleg heb gezien over dimensies, nou, dit was het hoor. Luister, ik ga het je uitleggen. Lachen. Lag ook niet aan de a.i., die pakte het wel op na mate we verder gingen. Maar de hele manier van taalbenadering is verkeerd. Waar zo’n model wel de snelheid heeft, en dus ook zou moeten vertonen, is het zeer inefficiënt is het benutten daarvan.
Wil je weten wat ik weet nu? Laat het me weten, dan hebben we het er wel over.